Blog

Wat wordt geleverd bij een koop die als verdeling kwalificeert?

Wat wordt geleverd bij een koop die als verdeling kwalificeert?

 

Inleiding

Het komt regelmatig voor dat een gemeenschap eindigt. Een van de manieren om een gemeenschap te beëindigen is de verdeling. Verdeling is een aantrekkelijke rechtsvorm van overgang omdat deze door de WBR in bepaalde gevallen is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Het is daarom ook aan te raden om een onroerende zaak ten titel van verdeling over te dragen, in plaats van bijvoorbeeld ten titel van koop. Echter, is het ook mogelijk om een koop tussen deelgenoten op grond van art. 3:182 BW als verdeling aan te merken?

 

Het verdelingsbegrip

Wat is een verdeling precies? Ingevolge art. 3:182 BW luidt het verdelingsbegrip als volgt: “Als een verdeling wordt aangemerkt iedere rechtshandeling waartoe alle deelgenoten, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd, medewerken en krachtens welke een of meer van hen een of meer goederen der gemeenschap met uitsluiting van de overige deelgenoten verkrijgen. De handeling is niet een verdeling, indien zij strekt tot nakoming van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld aan een of meer deelgenoten, die niet voortspruit uit een rechtshandeling als bedoeld in vorige zin.”

De eerste volzin geeft een materieel criterium.[1] Blijkens de eerste volzin kan iedere rechtshandeling die voldoet aan de materiële kenmerken als verdeling kan worden aangemerkt.[2] Van het wettelijke verdelingsbegrip gaat dus een absorberende werking uit.[3] In de tweede volzin staat een beperking voor een rechtshandeling die volgens de eerste volzin een verdeling is, en volgens de tweede volzin een rechtshandeling strekkende tot nakoming van een schuld voor rekening van de gemeenschap, maar die niet voortspruit uit een rechtshandeling als bedoeld in eerste zin. De tweede volzin is een codificatie van twee arresten van de Hoge Raad en heeft tot doel een andere titel dan verdeling, via het verdelingsbegrip, te voorkomen. Slechts rechtshandelingen op initiatief van deelgenoten zijn als verdeling aan te merken.[4]

Er kunnen twee soorten verdeling worden onderscheiden:

1.      De verdeling in strikte zin. (Een verdeling die daadwerkelijk als verdeling is overeengekomen)

2.      Een andere rechtshandeling die als verdeling wordt aangemerkt.

 

Problematiek bij een als verdeling aan te merken koop

‘Verkrijgingsbegrip’

Volgens het verdelingsbegrip uit art. 3:182 BW moet een der deelgenoten een of meer goederen der gemeenschap met uitsluiting van de overige deelgenoten verkrijgen. Het ‘verkrijgen’ ziet op een of meer goederen ‘van de gemeenschap’.[5] “Het verdelingsbegrip gaat er vanuit dat krachtens verdeling gehele goederen worden verkregen en niet slechts een aandeel daarin.”[6] Daarnaast moet voor verdeling worden voldaan aan het leveringsvoorschrift van art. 3:186 dat luidt: “Voor de overgang van het aan ieder der deelgenoten toegedeelde is een levering vereist op dezelfde wijze als voor overdracht is voorgeschreven”.[7] Met het toegedeelde wordt gedoeld op de goederen waarvan bij verdeling is vastgesteld tot wiens aandeel ze behoren. Kan op basis van deze strikte interpretatie van ‘verkrijging’ een koop als verdeling worden aangemerkt?

 

Voorbeeld

Stel, X en Y verdelen een gemeenschap waartoe zij beide tot de helft gerechtigd zijn en maken met medewerking van beide Y met uitsluiting van X rechthebbende. Bij een verdeling in strikte zin, zal Y ingevolge art. 3:186 BW het gehele goed verkrijgen. Echter, bij een als verdeling aan te merken koop, zal Y slechts het gedeelte (de helft) verkrijgen dat hij conform de koopovereenkomst geleverd krijgt. Bij de strikte interpretatie van ‘verkrijging’ zal derhalve geen sprake zijn van verdeling, daar slechts de helft van het goed wordt verkregen.

 

Alternatief ‘verdelingsbegrip’

De wetgever heeft beoogd om iedere rechtshandeling, die voldoet aan art. 3:182 BW, als een verdeling te kunnen aanmerken. Hoe kan een andere rechtshandeling dan verdeling in strikte zin als verdeling worden aangemerkt, terwijl slechts een gedeelte van een goed wordt verkregen?[8] Volgens de wet en de toelichting daarop moet immers een geheel goed worden verkregen.[9] De oplossing hiervoor is om een andere rechtshandeling dan verdeling nog vóór de toetsing aan de eerste volzin als verdeling aan te merken, in plaats van deze pas aan te merken als verdeling “nadat aan het voor verkrijgen krachtens verdeling vereiste rechtsgevolg wordt voldaan”.[10] Dit neemt niet weg dat vervolgens nog aan de eerste en tweede volzin moet worden getoetst om rechtens sprake te laten zijn van verdeling.[11] Dit laatste geldt tevens voor partijen die een strikte verdeling beogen.[12]

 

Voorbeeld

Erflater A overlijdt en laat als erfgenamen zijn twee kinderen X en Y achter. In de nalatenschap zit een huis.

1.      X en Y verdelen de gemeenschap en X het huis krijgt toebedeeld. Hier is sprake van een strikte verdeling en het huis moet hiervoor alleen nog worden geleverd ex 3:186 BW.

2.      X en Y sluiten een koop, waarbij X het huis van Y koopt en zo enig rechthebbende van het huis wordt. Door de absorberende werking van art. 3:182 BW kan de koop als een rechtshandeling strekkende verdeling worden aangemerkt. Tevens wordt aan de materiële eisen van verdeling voldaan, ware het niet dat het gehele goed geleverd moet worden. Indien het gehele goed wordt geleverd is er dus zowel een koop als een verdeling.

3.      Erflater A en X sluiten een koop. Voordat geleverd wordt overlijdt A. X en Y volgen erflater A op onder algemene titel. De verplichting om het huis aan X te leveren valt dus in de nalatenschap. X en Y leveren het goed ter uitvoering van de verplichting van erflater A aan X. In dit geval is de beperking van de tweede volzin van toepassing. De verplichting is weliswaar een voor rekening van de gemeenschap komende schuld, maar spruit niet voort uit een rechtshandeling als bedoeld in eerste zin en is daarom geen verdeling.

 

Levering van een als verdeling aan te merken koop

Krachtens verdeling en krachtens een rechtshandeling van koop wordt niet hetzelfde verkregen, maar er moet toch aan het verkrijgingsbegrip van de eerste volzin worden getoetst om als verdeling te kunnen worden aangemerkt. Indien sprake is van een als verdeling aan te merken koop, hoe dient dan geleverd te worden?

            Volgens Van Mourik zijn, omdat sprake is van een verdeling, ook de bepalingen betreffende de verdeling van toepassing zijn. Onverdeeldheid van een gemeenschap is een ongelukkige tussentijdse periode en verplicht daarom niet tot overdracht maar slechts tot levering. Een verdeling heeft daarom een declaratief (aanwijzend) karakter. Bij een koop die als een verdeling is aan te merken kan worden gedacht dat hiervoor een overdracht tot bijvoorbeeld een helft is verplicht. Maar een verdeling verplicht ingevolge art. 3:182 jo. 3:186 BW tot een levering van het geheel.[13] “Privaatrechtelijk is echter beslissend dat de tekst van art. 3:182 BW ertoe dwingt het gehele goed te leveren en niet de onderverdeelde helft”, aldus van Mourik.[14] Een eventuele levering van slechts de helft kan echter gemakkelijk door conversie worden opgelost, waarbij de verdeling van het onverdeelde aandeel wordt geconverteerd in levering van het geheel.[15]

            Anderzijds wordt door Perrick gesteld dat voor een andere verdeling dan die in strikte zin art. 3:186 niet van toepassing is.[16] Hij zegt het volgende: “De koopovereenkomst verplicht de verkopende deelgenoot tot overdracht van zijn aandeel aan de andere deelgenoot. De kopende deelgenoot wordt gerechtigd tot het gehele goed doordat de verkopende deelgenoot zijn aandeel aan hem levert. Volgens art. 3:96 BW geschiedt de levering van een aandeel in een goed op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige gevolgen als is bepaald met betrekking tot de levering van dat goed. Ik zou niet willen aannemen dat het zojuist vermelde art. 3:186 lid 1 BW dan van toepassing is.”

            Sikkema concludeert dat verdeling een absorberende werking heeft volgens de wet. Hierdoor zijn de bepalingen die voor verdeling gelden, ook van toepassing op andere rechtshandelingen dan verdeling in strikte zin. Dus ook de levering ex art. 3:186 dient van toepassing te zijn.[17]

                      

Conclusie

Door de absorberende werking van de verdeling kunnen ook rechtshandelingen anders dan een verdeling in strikte zin, bijvoorbeeld een koop, als verdeling worden aangemerkt. Dit levert echter een aantal problemen op. Bij een koop wordt namelijk slechts het verkochte aandeel in een goed geleverd en verkregen, terwijl bij een verdeling een goed in zijn geheel moet worden verkregen. Om een koop toch als verdeling te kunnen aanmerken, moet de koop als verdeling worden aangemerkt nog vóórdat aan de materiële eisen van verdeling getoetst wordt. Vervolgens moet de koop ook de materiële eisen vervullen om het beoogde rechtsgevolg te verwezenlijken. Op deze manier kan sprake zijn van een koop die als verdeling is aan te merken. De levering moet door de absorberende werking van het verdelingsbegrip en de systematiek van de wet volgens Van Mourik en Sikkema via de bepalingen betreffende verdeling plaatsvinden, al denkt Perrick daar anders over.

 

 


Literatuurlijst

Aangehaalde literatuur

 

Asser/Perrick 3-V 2019

S. Perrick, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 3. Vermogensrecht algemeen. Deel V. Gemeenschap, Deventer: Wolters Kluwer 2019.

 

Van Mourik 2012

M.J.A. van Mourik, ‘Algemene beschouwingen, in: Verdeling in de notariële praktijk (preadvies Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie 2012), Den Haag: Sdu Uitgevers 2012.

 

Sikkema 2018

T.H. Sikkema, ‘Beginsel van begrip en verdeling’ (diss. Leiden)

 

Van Zeben, Du Pon & Olthof (red.), Parl. Gesch. BW Boek 3 1981

C.J. van Zeben, J.W. du Pon & M.M. Olthof (red.), Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Boek 3, Vermogensrecht in het algemeen, Deventer: Kluwer 1981.

 

Van Zeben, Reehuis & Slob (red.), Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 3 1990

C.J. van Zeben, W.H.M. Reehuis & E.E. Slob (red.), Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Invoering boeken 3, 5 en 6. Boek 3, Vermogensrecht in het algemeen, Deventer: Kluwer 1990.

 

 

Jurisprudentie

HR 31 mei 1963, NJ 1964/10.

HR 17 januari 1964, NJ 1965/126.

HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8746, NJ 2013/490 m.nt. S. Perrick (Van der Star/Beuving).

 

 


[1] Sikkema 2018, p. 44.

[2] Sikkema 2018, p. 134.

[3] Sikkema 2018, p. 8.

[4], Van Zeben, Du Pon & Olthof (red.), Parl. Gesch. Boek 3, p. 613, vgl. HR 31 mei 1963, NJ 1964/10 en HR 17 januari 1964, NJ 1965/126.

[5] Sikkema 2018, p. 86.

[6] Asser/Perrick 3-V 2019/167.

[7] Ibidem.

[8] Sikkema 2018, p. 91-92.

[9] Van Zeben, Reehuis & Slob (red.), Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 3 1990, p. 1299.

[10] Sikkema 2018, p. 92.

[11] Ibidem.

[12] Ibidem.

[13] Van Mourik 2012, p. 41.

[14] Ibidem.

[15] Ibidem., zie ook: art. 3:42 BW.

[16] S. Perrick in zijn noot onder HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8746, NJ 2013/490 onder 4.

[17] Sikkema 2018, p. 93 - 94.


Verdeling van verweven gemeenschappen
03mrt

Verdeling van verweven gemeenschappen

@font-face{ font-family:"Times New Roman"; } @font-face{ font-family:"宋体"; } @font-face{ font-family:"Calibri"; } @font-face{...

Reacties

Log in to read and post comments